Lijst overleden F1 coureurs

Overleden coureurs in Formule 1: 

 

Door de jaren zijn de nodige Formule 1 coureurs gestorven tijdens het uitoefenen van hun sport op het hoogst haalbare niveau. Om hen niet te vergeten en toch een eer te bewijzen waar zij de sport naar toe hebben gebracht brengen wij hier een overzicht met foto's van de helden voor altijd:

 

1. Onofre Marimon (Arg) 1954 Nürburgring

 

 

 

 

 

 

Onofre Agustín Marimón was een Formule 1-coureur uit Argentinië. Hij nam tussen 1951 en 1954 deel aan 11 Grands Prix voor het team Maserati en scoorde hierin 2 podia en 8,14 punten. Hij verongelukte tijdens de kwalificatie van de Grand Prix van Duitsland in 1954, waarmee hij de eerste coureur werd die overleed tijdens een Grand Prix-weekend.

 

Geboren: 19 december 1923, Zárate, Argentinië
.

Overleden: 31 juli 1954, Nürburgring, Nürburg, Duitsland.

 

2. Bill Vukovich (VSt) 1955 Indianapolis

 

Bill Vukovich was een Amerikaans autocoureur die in 1953 en 1954 de Indianapolis 500 won. Tussen 1950 en 1955 schreef hij zich ieder jaar in voor de Indianapolis 500. Hij behaalde in deze edities eenmaal pole position en drie snelste ronden en hij lag in vier races aan kop voor 485 ronden of 1.951 kilometer. Omdat deze races ook onderdeel waren van de Formule 1-kalender, scoorde hij hier 19 WK-punten. Naast de Formule 1 was de Indy 500 ook onderdeel van het AAA Championship Car-kampioenschap. Naast de Indy 500 nam Vukovich tussen 1950 en 1955 deel in 17 andere AAA-races, waar hij in 1952 nog twee overwinningen behaalde. Zijn beste resultaat in het kampioenschap was een derde plaats in 1953 dankzij zijn Indy-overwinning. Vukovich overleed tijdens zijn laatste Indy 500-deelname in 1955 ten gevolge van een ongeluk terwijl hij op kop lag. Hij was hiermee de tweede verdedigende Indy 500-winnaar die overleed tijdens de race, na Floyd Roberts in 1939 en de enige winnaar die overleed terwijl hij aan kop lag. Omdat de race in die jaren ook onderdeel was van het Formule 1-kampioenschap, was Vukovich ook de eerste coureur die tijdens een voor het kampioenschap meetellende F1-race om het leven kwam.

 

Vukovich' zoon Bill Vukovich II en kleinzoon Bill Vukovich III hebben ook deelgenomen aan de Indy 500. Vukovich II behaalde in 1973 en 1974 podiumplaatsen en Vukovich III was Rookie of the Year in 1988.

 

Geboren: 13 december 1918, Fresno, Californië, Verenigde Staten
.

Overleden: 30 mei 1955, Indianapolis, Indiana, Verenigde Staten.

 

3. Luigi Musso (Ita) 1958 Reims

  

Luigi Musso was een Italiaanse Formule 1-coureur. Hij nam tussen 1953 en 1958 deel aan 25 Grands Prix voor de teams Ferrari en Maserati en scoorde hierin één overwinning, de Grand Prix van Argentinië in 1956, zeven podia, één snelste ronde en 44 punten. Hij verongelukte in 1958. 

Geboren: 28 juli 1924, Rome, Italië

Overleden: 6 juli 1958, Reims

 

4. Peter Collins (GBr) 1958 Nürburgring

Peter John Collins was een Formule 1-coureur uit Groot-Brittannië. Collins reed tussen 1952 en 1958 35 Grands Prix voor de teams HWM, Vanwall, Maserati en Ferrari. In totaal won hij drie Grands Prix.

Geboren: 6 november 1931, Kidderminster, Verenigd Koninkrijk 

Overleden: 3 augustus 1958, Bonn, Duitsland


5. Stuart Lewis-Evans (GBr) 1958 Casablanca

 

Stuart Nigel Lewis-Evans was een Britse Formule 1-coureur. Lewis-Evans nam in 1957 en 1958 deel aan zestien Grands Prix voor de teams van Connaught Engineering en Vanwall, waarin hij twee polepositions, twee podiumfinishes en zestien punten scoorde. Hij crashte hevig tijdens de seizoensfinale van 1958, de Grand Prix van Marokko. Hij werd naar een ziekenhuis in Engeland gevlogen, waar hij zes dagen later overleed.

Geboren: 20 april 1930, Luton, Verenigd Koninkrijk

Overleden: 25 oktober 1958, East Grinstead, Verenigd Koninkrijk

 
6. Chris Bristow (GBr) 1960 Spa

 

Chris Bristow was een Brits Formule 1-coureur. Hij reed 4 Grands Prix voor het team Cooper. Bij de Grand Prix van België van 1960 overleed hij op 22-jarige leeftijd toen na 20 ronden zijn auto over de kop vloog.

Geboren: 2 december 1937, Londen, Verenigd Koninkrijk

Overleden: 19 juni 1960, Circuit Spa-Francorchamps, Stavelot, België


7. Alan Stacey (GBr) 1960 Spa
 

Alan Stacey was een Brits autocoureur. Hij kwam om het leven tijdens de Grand Prix Formule 1 van België in 1960. Op zijn zeventiende was Stacey betrokken bij een motor-ongeluk waarna een deel van zijn rechterbeen geamputeerd moest worden. Met een kunstbeen slaagde hij er vervolgens in een carrière te maken in de autosport en na goede prestaties voor Lotus in de Formule 2 en sportscars gaf teambaas Colin Chapman hem in 1959 de kans in de Formule 1 als opvolger van Graham Hill naast Innes Ireland.

Tijdens de Belgische Grand Prix van 1960 op Spa-Francorchamps werd Stacey op een recht stuk in het gezicht geraakt door een vogel waarna hij de controle over zijn auto verloor, over een aarden wal schoot en uit de auto werd geslingerd. Hij overleefde het ongeluk niet. Bizar genoeg was enkele minuten eerder op bijna hetzelfde punt Chris Bristow gecrasht die daarbij ook om het leven kwam.

Geboren: 29 augustus 1933, Verenigd Koninkrijk

Overleden: 19 juni 1960, Spa, België


8. Wolfgang Graf Berghe v. Trips (Dui) 1961 Monza

Wolfgang Alexander Albert Eduard Maximilian Reichsgraf Berghe von Trips was een Duitse Formule 1-coureur. Von Trips nam vanaf 2 september 1956 deel aan 29 Grands Prix. Hij behaalde eenmaal de poleposition, won in 1961 twee races, te weten de Grote Prijzen van Nederland en Engeland, kwam in totaal zes keer op het podium, en verzamelde een totaal van 56 punten.

Tijdens de Italiaanse Grand Prix van 1961 op het circuit van Monza kwam zijn Ferrari 156 in botsing met de Lotus van Jim Clark. Bij het inrijden van de Parabolica vloog von Trips' auto de tribune in. Behalve hijzelf kwamen ook vijftien toeschouwers om het leven. Op dat ogenblik stond hij, met nog twee races te gaan, aan de leiding in het WK met vier punten voorsprong op zijn ploegmaat Phil Hill. Deze won de wedstrijd en werd wereldkampioen.

Geboren: 4 mei 1928, Keulen, Duitsland

Overleden: 10 september 1961, Autodromo Nazionale Monza, Italië


9. Carel Godin de Beaufort (Ned) 1964 Nürburgring

 

Karel Pieter Antoni Jan Hubertus Godin de Beaufort, heer van Maarn en Maarsbergen, was een Nederlands autocoureur, die bijnamen als De racende jonkheer en De jonker van Maarsbergen had. De Beaufort was een lid van de adellijke tak van de familie De Beaufort. Hij werd ook wel Careltje genoemd vanwege zijn toch wel aanzienlijk postuur - bijna twee meter lang en 118 kilo zwaar. Hij woonde op kasteel Maarsbergen, dat sinds 1882 in familiebezit is. Met hem stierf deze tak van het geslacht in mannelijke lijn uit, hij was de laatste man die de familienaam Godin de Beaufort droeg.

Geboren: 10 april 1934, Nederland

Overleden: 2 augustus 1964, Nürburgring, Nürburg, Duitsland


10. John Taylor (GBr) 1966 Nürburgring

John Taylor (Leicester, 23 maart 1933 - Koblenz, Duitsland, 8 september 1966) was een autocoureur uit Engeland. Hij nam tussen 1964 en 1966 deel aan 5 Grands Prix voor de teams Bob Gerard Racing, Cooper en Brabham en scoorde hierin 1 WK-punt. Hij overleed na een ongeluk tijdens de Grand Prix van Duitsland in 1966 waar zijn Brabham tegen de Matra van Jacky Ickx reed in de eerste ronde. Hij had ernstige brandwonden toen hij de wagen uit werd gehaald, en overleed vier weken later aan zijn verwondingen.

Geboren: 23 maart 1933, Leicester, Verenigd Koninkrijk

Overleden: 8 september 1966, Koblenz, Duitsland


11. Lorenzo Bandini (Ita) 1967 Monaco

Lorenzo Bandini was een Italiaanse coureur, die onder andere bij Formule 1 teams heeft gereden als Scuderia Ferrari en Scuderia Centro Sud.

Geboren in Barce, Libië, startte Bandini zijn racecarrière in 1957 in een Fiat 1100. Later reed hij in de Formula Junior. In 1961 werd hij opgenomen in het Formule 1 Team van Scuderia Centro Sud. Dat jaar reed hij alleen een non-championship race waarin hij als derde eindigde. In de seizoenen 1962 en 1963 reed hij bij Ferrari en deed dat niet onverdienstelijk. In 1966 verliet John Surtees Ferrari en kreeg Bandini daarna de "nummer 1" wagen. In 1964 won Bandini zijn enige Grand Prix in Oostenrijk op Zeltweg. In andere klassen boekte hij meer overwinningen voor Ferrari, zoals de 24 uur van Le Mans in 1963, Targa Florio in 1965, en de 24 uur van Daytona in 1967.

In mei 1967 nam Bandini deel aan de Grand Prix van Monaco, waarbij hij in de race zelf als tweede reed achter Denny Hulme, die dat jaar wereldkampioen zou worden. Hij verloor de macht over het stuur in de harbour chicane (hij crashte net iets na de tunnel). Hij raakte de strobalen, wat voorkwam dat hij in het water terechtkwam. De auto ging over de kop en vloog in brand, waarbij Bandini door de klap buiten bewustzijn geraakte. Marshalls haalden hem weliswaar uit zijn brandende wagen, maar toen had hij al zware brandwonden. Zijn lichaam stond nog kort in brand. Drie dagen later overleed hij in het ziekenhuis aan zijn verwondingen. Sinds zijn dood zijn strobalen verboden en zijn vervangen door vangrails.

Geboren: 21 december 1935, Barca, Libië

Overleden: 10 mei 1967, Monte Carlo


12. Jo Schlesser (Fra) 1968 Rouen

Joseph Schlesser was een autocoureur uit Frankrijk. Hij nam tussen 1966 en 1968 deel aan 3 Grands Prix Formule 1 races voor de teams Matra en Honda, maar scoorde hierin geen punten. Hij is de oom van de eveneens Formule 1 coureur Jean-Louis Schlesser. Hij stierf bij een crash.

Geboren: 18 mei 1928, Frankrijk

Overleden: 7 juli 1968, Rouen-Les-Essarts


13. Gerhard Mitter (Dui) 1969 Nürburgring

Gerhard Karl Mitter was een Duits Formule 1-coureur. Hij reed tussen 1963 en 1969 7 Grands Prix voor de teams Ecurie Maarsbergen, Lotus, BMW en Brabham en scoorde hierin 3 punten.

Geboren: 30 augustus 1935, Krásná Lípa, Tsjechië

Overleden: 1 augustus 1969, Nürburg, Duitsland


14. Piers Courage (GBr) 1970 Zandvoort

Piers Raymond Courage was een Formule 1-coureur uit Groot-Brittannië. Tussen 1967 en 1970 reed hij 29 Grands Prix voor de teams van Lotus, BRM, Brabham en DeTomaso. Op 21 juni 1970 verongelukte Courage tijdens de Grand Prix van Nederland. Tijdens zijn 22-ste ronde brak er op de hobbel van Tunnel Oost een onderdeel van de voorwielophanging van de DeTomaso, waardoor de wagen onbestuurbaar werd en zich rechtuit in het duin aan de linkerzijde van de baan boorde. Daarbij desintegreerde de wagen totaal, brak de motor van de monocoque en vloog de wagen in brand (er zaten in die tijd nog geen automatische afsluiters op de tanks). Eén van de voorwielen brak af en raakte de helm van Courage, die daardoor van zijn hoofd werd gerukt. De impact hiervan was zo hevig, dat Courage vrijwel zeker al dood was, voordat zijn bolide in brand vloog.

Geboren: 27 mei 1942, Colchester, Verenigd Koninkrijk

Overleden: 21 juni 1970, Zandvoort, Nederland


15. Jochen Rindt (Oos) 1970 Monza

Karl-Jochen Rindt was een autocoureur. Als wees met de Duitse nationaliteit groeide hij bij zijn grootouders in Graz op en reed hij met een Oostenrijkse licentie. Rindt verongelukte tijdens de training voor de Grand Prix Formule 1 van Italië 1970.

Geboren: 18 april 1942, Mainz, Duitsland

Overleden: 5 september 1970, Autodromo Nazionale Monza, Italië

Getrouwd met Natascha Rindt


16. Roger Williamson (GBr) 1973 Zandvoort

Roger Williamson was een Britse autocoureur. Hij kwam in 1973 om tijdens de Formule 1 Grote Prijs Formule 1 van Nederland op het circuit van Zandvoort.

Geboren: 2 februari 1948, Leicester, Verenigd Koninkrijk

Overleden: 29 juli 1973, Zandvoort, Nederland


17. François Cevert (Fra) 1973 Watkins Glen

François Cevert was een Frans autocoureur die actief was begin jaren 70 en die het leven liet in de kwalificatie voor de Grote Prijs van de Verenigde Staten van de Formule 1 op het circuit van Watkins Glen.

Geboren: 25 februari 1944, Parijs.

Overleden: 6 oktober 1973, Watkins Glen, New York, Verenigde Staten


 
18. Helmut Koinigg (Oos) 1974 Watkins Glen

Helmuth Koinigg was een Formule 1 coureur die verongelukte in een crash in de Amerikaanse Grand Prix van Watkins Glen. Het was voor de Oostenrijker nog maar z'n tweede start in een grote prijs. Toen hij de remzone naderde van een bocht, genaamd The Toe, begaf de ophanging van zijn Surtees het, waardoor deze recht op de vangrail inreed. De snelheid waarmee Koinigg crashte was niet zo hoog, en normaal gezien zou hij zonder al te veel kleerscheuren uit het ongeluk moeten gekomen zijn. Maar de vangrail was te hoog geplaatst waardoor de bolide er onderdoor reed. Koinigg overleefde de klap niet, door de manier waarop de bolide onder de vangrail door schoof werd hij onthoofd.

Geboren: 3 november 1948, Wenen, Oostenrijk

Overleden: 6 oktober 1974, Watkins Glen, New York, Verenigde Staten


19. Mark Donohue (VSt) 1975 Zeltweg

Mark Neary Donohue, Jr. was een Amerikaans Formule 1-coureur. Hij reed in 1971, 1974 en 1975 16 Grands Prix voor het team Penske. Hij won ook in 1969 de rookie of the year titel op Indianapolis drie jaar later wint hij op indy. In 1971 haalt Donohue het podium voor Penske tijdens de grand prix van Canada. Hij besloot later te stoppen met racen voor een rol als manager, maar keerde weer terug op de baan op Zeltweg. Hier ging het fout toen Donohue crashte tijdens de training voor de Grand Prix Formule 1 van Oostenrijk 1975. Donohue leek eerst met de schrik vrij te komen, maar in het ziekenhuis bezweek hij 3 dagen later aan ernstig hersenletsel. Bij de crash verloren ook twee marshalls het leven.

Geboren: 18 maart 1937, Summit, New Jersey, Verenigde Staten

Overleden: 19 augustus 1975, Graz, Oostenrijk


20. Tom Pryce (GBr) 1977 Kyalami

Tom Pryce was een autocoureur in de Formule 1. Hij reed in de periode dat veel talenten verongelukten, in deze hoogste klasse van de autosport, zoals Tony Brise en Roger Williamson.

Geboren: 11 juni 1949, Ruthin, Verenigd Koninkrijk

Overleden: 5 maart 1977, Midrand, Zuid-Afrika


21. Ronnie Peterson (Zwe) 1978 Monza

Bengt Ronnie Peterson was een Zweeds autocoureur.

Ronnie Peterson werd geboren in Örebro in Zweden. Op 7-jarige leeftijd reed Peterson voor het eerst, weliswaar in een door z'n vader zelfgemaakte onaangedreven go-kart. Eén jaar later kreeg Ronnie opnieuw een zelfgemaakte go-kart, dit keer met een 50cc motortje waarmee hij 12 km/u haalde. Hij ontwikkelde zijn rijstijl op jonge leeftijd in het karten, iets wat in z'n latere carrière vruchten zou afwerpen. In 1962 debuteerde hij voor het eerst in competitie. In het Zweedse kampioenschap (klasse D) go-karts eindigde hij tweede. Ronnie werd Scandinavisch kampioen in de klasses C en D, voor de derde keer Zweeds kampioen (klasse C Int.), veroverde de bronzen medaille in de Europese Kampioenschappen voor ploegen en eindigde 14de in het Wereldkampioenschap in de A-klasse. In 1966 reed hij voor het eerst in Formule 3. Hij zou er 27 overwinningen boeken. In 1969 leerde Ronnie z'n toekomstige vrouw kennen, Barbro Edwardsson. Hij maakte zijn Formule 1 debuut in een March in Monaco in 1970 waar hij met een 7e plaats net naast de punten greep. In 1971 was Peterson op twee fronten succesvol: Europees kampioen Formule 2 en tweede in de eindstand van het WK Formule 1 achter Jackie Stewart. Het jaar daarop (1972) verliep teleurstellend, de March was niet vooruit te branden. Het was tijd voor een sprong voorwaarts. Vanaf 1973 maakte de Zweed deel uit van het succesvolle Lotus. Zijn toekomstige teamgenoot, de kersverse wereldkampioen Emerson Fittipaldi kon zijn borst nat maken.

1973-1976

Peterson's eerste Grand Prix zege liet niet lang op zich wachten: in 1973 won hij de Grote Prijs van Frankrijk op Paul Ricard in de Lotus 72. Er kwamen dat jaar nog 3 overwinningen bij: Oostenrijk, Italië en de Verenigde Staten. Bovendien pakte hij dat jaar 9 pole positions, een record in die tijd. In 1974 waren er 3 zeges: Monaco, Frankrijk en wederom Italië. Langzaam maar zeker werd echter duidelijk dat het team van Colin Chapman het contact met de top (Ferrari en McLaren) aan het verliezen was. De Lotus 76 met automatische versnellingsbak (1974) mislukte jammerlijk en het team moest voor 1975 noodgedwongen teruggrijpen op de ooit trendsettende maar inmiddels bejaarde Lotus 72. Zoals te verwachten was verliep 1975 zeer teleurstellend. Een gefrustreerde Peterson startte het seizoen 1976 nog voor Team Lotus (met de aanvankelijk zeer matige Lotus 77), maar hield het al snel voor gezien; hij besloot terug te keren op het oude nest: March Engineering. Ondanks een flink aantal uitvalbeurten gaf zijn zege in Italië (zijn 3e op Monza) het seizoen '76 toch nog enige glans.

1977-1978

In 1977 ging hij voor Tyrrell rijden, maar de Tyrrell P34 'zeswieler' ontgoochelde. In 1978 verraste Peterson iedereen door terug te gaan naar het John Player Team Lotus. Hij behaalde 2 overwinningen: Zuid-Afrika (Kyalami) en Oostenrijk (op een kletsnatte Osterreichring). Duidelijk was wel dat de Zweed in dienst moest rijden van de beoogde kampioen Mario Andretti die aan de wieg had gestaan van de wederopstanding van Lotus (met - ironisch genoeg - de hierboven genoemde Lotus 77...). Omdat Peterson zelf kopman wilde zijn had hij voor 1979 een contract om bij McLaren te gaan rijden. Zover zou het echter niet komen.

10 september 1978

De Grote Prijs van Italië op het hem in voorgaande jaren zo goedgezinde Monza startte slecht voor Ronnie. Gedurende de vrije trainingen en kwalificaties werd zijn bolide geplaagd door technische problemen. Bij een crash als gevolg van remproblemen in de warming-up voorafgaande aan de race schreef hij zijn Lotus 79 af en liep hij lichte kneuzingen op aan zijn benen. Lotus beschikte over twee reserve autos: een 79, afgesteld op kopman (en aanzienlijk kleinere) Andretti en een oude 78, een eerste generatie 'wing car', die nog was uitgerust met tanks in de side pods. Het was de pech van Peterson dat hij in 1978 tweede rijder was. De moderne en dat jaar onverslaanbare Lotus 79 werd aangeduid als 'venturi car' en was opgebouwd rondom een smalle aluminium overlevingscel (monocoque) met een centrale tank achter de rug van de coureur. Deze veel veiliger bouwwijze is tot op de dag van vandaag de standaard in de Formule 1, zij het dat het aluminium al sinds het begin van de jaren 80 heeft plaatsgemaakt voor het aanzienlijk lichtere, sterkere en stijvere koolstofvezel.

10 september 1978 : Na de opwarmronde reden de 24 auto's op naar de startgrid. De racestarter zwaaide echter te vroeg met de vlag: de eerste coureurs hadden hun plek op de grid net ingenomen terwijl de auto's in de tweede helft van het veld nog naar hun startposities rolden. Het resultaat was dat het complete veld in elkaar schoof in de bottleneck vlak voor de eerste chicane (waar de baan half zo breed was als bij start/finish) met een massacrash als gevolg. Riccardo Patrese, door velen gezien als de man die het ongeluk veroorzaakte, kwam volgens sommigen tijdens een wilde inhaalbeweging in contact met James Hunt, hoewel foto's aantoonden dat er nog ruimte zat tussen de twee bolides. Hoe dan ook, Hunt week uit voor Patrese, en tikte met het linkervoorwiel van zijn wagen het rechterachterwiel van Peterson's Lotus aan. Ook Vittorio Brambilla, Hans-Joachim Stuck, Patrick Depailler, Didier Pironi, Derek Daly, Clay Regazzoni en Brett Lunger raakten betrokken bij de crash.

Peterson's Lotus 78 boog scherp af naar rechts en knalde bijna frontaal op de vangrails. De volle brandstoftanks scheurden open en de bolide veranderde in een vuurbal. Peterson zat door de klap bekneld in z'n wagen, maar Hunt, Regazzoni and Depailler bevrijdden hem uit de vlammenzee voordat hij al te zware brandwonden zou oplopen. Hij was volledig bij bewustzijn en werd in het midden van de baan gelegd. Het was duidelijk dat Peterson zeer zwaargewond was aan beide benen. Het duurde 20 minuten voordat er dokteren en een ambulance ter plaatse waren. Er was op dat moment meer bezorgdheid rond de toestand van Brambilla, die een rondvliegend wiel op zijn hoofd had gekregen en in bewusteloze toestand in zijn auto zat. Peterson's leven was op dat moment niet in gevaar. Hij werd overgebracht naar een hospitaal in Milaan, de brokstukken werden van het circuit gehaald en er werd een herstart gegeven.

In het hospitaal werd duidelijk dat Peterson zeventien breuken in het rechterbeen had en drie in het linkerbeen. Na overleg met Peterson zelf, besloten de artsen tot operatie over te gaan om de beenderen te stabiliseren, maar 's nachts na de operatie vermengde zich door de beenbreuken beenmerg van zijn benen in de bloedbaan. Vetembolieën ontstonden die al snel zijn belangrijkste organen bereikten, zoals longen, lever en hersenen. Tegen de morgen hadden alle organen het opgegeven, en enkele uren later werd hij dood verklaard. De tragedie van dit alles is dat Petersons leven wellicht gered had kunnen worden als hij direct na het ongeval medische bijstand zou hebben verkregen. Peterson werd 34 jaar oud. Ronnie Peterson reed een totaal van 123 Grote Prijzen gedurende zijn carrière en won er 10 van. Hij wordt vaak gezien als een van de beste coureurs, samen met Stirling Moss en Gilles Villeneuve, die nooit wereldkampioen werden.

Geboren: 14 februari 1944, Örebro, Zweden

Overleden: 11 september 1978, Milaan, Italië

Echtgenote: Barbro Peterson (geh. 1975–1978)

Ouders: Bengt Peterson

Kinderen: Nina Louise Peterson


22. Gilles Villeneuve (Can) 1982 Zolder

 

Joseph Gilles Henri Villeneuve was een Canadees Formule 1-coureur. Hij startte zijn carrière in de F1 als derde coureur bij het McLaren team in 1977, waar hij slechts een race voor reed. Later dat jaar werd hij door Ferrari in huis gehaald om voor de laatste twee races het stuur over te nemen van Niki Lauda, die dat jaar wereldkampioen werd in de F1. Zijn eerste overwinning behaalde hij in 1978 tijdens de Canadese Grand Prix die in Montreal gehouden werd.

Villeneuve stond bekend om zijn alles-of-niets-rijstijl. Er zijn verschillende momenten gedurende zijn korte carrière waar hij echt voor spektakel zorgde, zoals op Zandvoort in 1979. Aan de leiding van de wedstrijd liggend, kreeg Villeneuve op het rechte stuk een klapband rechtsachter waardoor hij in de Tarzanbocht van het circuit af gleed. In plaats van op te geven, reed hij het circuit weer op en probeerde de pits te bereiken. Omdat hij die net voorbij was, moest hij bijna een volle ronde op zijn lekke band rijden. Dat deed hij zo hard als hij kon met als gevolg dat eerst de band en vervolgens de wielophanging rechtsachter desintegreerde, een vonkenregen achter zich aan trekkend. Hij bereikte de pits, maar de auto was niet meer te repareren. Memorabel is ook het heroïsche gevecht met René Arnoux om de tweede plaats op Dijon in datzelfde jaar. Voortdurend haalden de twee kemphanen elkaar in, raakten elkaars wielen en vlogen over het gras. In Watkins Glen International slaagde Villeneuve erin, tijdens de eerste kwalificatie op een volledig nat wegdek, een ronde 11 seconden sneller af te leggen dan welke coureur dan ook. 

Tijdens de Grand Prix van San Marino op Imola in 1982 ging Villeneuve ervan uit dat hij de wedstrijd in handen had, maar zijn teamgenoot Didier Pironi ging, tegen teamorders in, er echter totaal onverwacht met de overwinning vandoor. Dit kan geleid hebben tot wat de volgende Grand Prix gebeurd is. Villeneuve voelde zich bestolen en praatte na dit incident nooit meer met zijn teamgenoot Pironi. Villeneuve won in zijn korte carrière zes races. Hij verongelukte op 8 mei 1982 op Circuit Zolder tijdens zijn laatste kwalificatieronde voor de Grand Prix van België. Jochen Mass reed een langzame ronde en week uit voor de aanstormende Villeneuve, maar met het linker voorwiel reed Villeneuve in op Mass. Villeneuve werd gelanceerd en uit zijn bolide geslingerd. Hij belandde in de hekken, waar het medisch team hem nog wel reanimeerde, maar Villeneuve overleed later die avond in het ziekenhuis van Leuven. Het circuit Ile de Notre Dame in Montreal, waarop hij in 1978 de eerste overwinning in de Formule 1 behaalde, werd na zijn dood omgedoopt in Circuit Gilles Villeneuve. In 2002 werd de herinnering aan Gilles Villeneuve nieuw leven ingeblazen door de onthulling van een nieuwe gedenkplaat en een kunstwerk. Eerder al kreeg de bocht waar het fatale ongeval plaatsvond, de naam van de betreurde Canadees, samen met een gedenkplaat in betreffende bocht.

Gilles was ook een fervent helikopterfanaat. Vlak voor zijn dood had hij nog een Agusta A109 gekocht. De toenmalige top in civiele helikopters. Hij is de vader van Jacques Villeneuve, de wereldkampioen Formule 1 van 1997.

Geboren: 18 januari 1950, Saint-Jean-sur-Richelieu, Canada

Overleden: 8 mei 1982, Leuven, België

Echtgenote: Joann Villeneuve (geh. 1970)

Kinderen: Jacques Villeneuve  


23. Riccardo Paletti (Ita) 1982 Montreal

Riccardo Paletti was een Italiaans Formule-1-coureur. Na zich vijf keer niet te hebben kunnen kwalificeren met z'n Osella, lukte het dan toch voor de eerste keer op 13 juni 1982 voor de Grand Prix Formule 1 van Canada in Montreal. Maar bij de start ging het al direct helemaal mis. Didier Pironi stond op poleposition, maar liet bij de start de motor van zijn Ferrari afslaan. Dat soort dingen gebeurt wel vaker, vooral in het turbotijdperk. Hoewel het meestal goed afliep, zou Paletti, die startte vanaf de laatste startrij, van daaraf onmogelijk zien wat er voor hem gebeurde en knalde met zo'n 180 km/u boven op de stilstaande Ferrari. Hoewel men Paletti nog probeerde te redden, was het ondanks de professionaliteit te laat. De auto stond nog kortstondig in brand, al had Paletti geen brandwonden. Hij was de tweede dode in het seizoen 1982: Gilles Villeneuve stierf kort daarvoor in Zolder.

Geboren: 15 juni 1958, Milaan, Italië

Overleden: 13 juni 1982, Montreal, Canada


24. Roland Ratzenberger (Oos) 1994 Imola

Roland Ratzenberger was een Oostenrijkse autocoureur die onder andere deelnam in de Formule 3000, Formule Nippon en Formule 1. Hij overleed tijdens de kwalificatie van de Grote Prijs van San Marino.

Geboren: 4 juli 1960, Salzburg, Oostenrijk

Overleden: 30 april 1994, Imola, Italië


25. Ayrton Senna (Bra) 1994 Imola

Ayrton Senna da Silva was een zeer succesvolle Braziliaanse autocoureur die in een tijdsbestek van tien seizoenen driemaal wereldkampioen Formule 1 werd. Hij kwam aan de start in 161 races, waarbij hij 65 keer van poleposition startte en 41 keer won. Ayrton Senna begon zijn racecarrière op vierjarige leeftijd in een kart. Na deelname in de Formule Ford 1600 en 2000-klasses, won hij in 1983 de British F3 van Martin Brundle. Hij stierf tijdens de Grand Prix van San Marino in 1994. Zijn dood zorgde voor veel opschudding in het F1-milieu, en resulteerde in een hele reeks veiligheidsmaatregelen.

Echtgenote: Lilian de Vasconcelos Souza (geh. 1981–1982)

Geboren: 21 maart 1960, São Paulo, São Paulo, Brazilië

Overleden: 1 mei 1994, Bologna, Italië

Begraven: Cemitério do Morumbi, São Paulo, Brazilië

 

26. Jules Bianchi (Fra) 2014 Suzuka

Jules Bianchi was een Frans autocoureur die in de Formule 1 reed voor het team van Marussia. Hij was een achterneef van Belgisch voormalig Formule 1-coureur Lucien Bianchi.

Geboren: 3 augustus 1989, Nice

Overleden: 17 juli 2015, Nice